Kempen-Broek en vanalles

Nederlands Pracht

Het is weer weekend. Gisteren heb ik net wat teveel biertjes gedronken met Harm. En vandaag ben ik vroeg, erg vroeg wakker. Niet omdat ik nu zo ontzettend fit ben en helemaal uitgeslagen. Wel omdat ik ontzettende dorst heb. Dus koud water aan en tanken maar. Uit ervaring weet ik dat ik dan goed moet oppassen met gulzigheid. Dus dat doe ik ook braaf. Na nog een uurtje in bed te liggen sta ik dan toch echt op. Het is prachtig buiten. Er ligt een klein laagje vorst volgens mij maar het zonnetje is er ook al. Mooi. Deze week heb ik op Instagram een (voor mij) nieuw natuurgebied langs zien komen. Het ligt op de grens met België in de buurt van Stramproy. De naam: de Luysen – met mooie foto’s van water en watervogels. Dus daar ben ik maar eens op m’n dooie akkertje met lekkere muziek naartoe gereden. Met uiteindelijk een wandeling van zo’n 20 kilometer in het verschiet – wat ik op dat moment niet wist natuurlijk.

Mijn auto parkeer ik op een kleine parkeerplaats net buiten het gebied. Waarom hier? Geen idee. Het ligt aan de Grensweg (51.187413, 5.662479). Prima hoor. Ik wandel met Google Maps de kant van het water op. Yes: gevonden! Ik sta al middenin de Luysen en er komen zo nu en dan wat (oudere) wandelaars langs. Het is een mooi gebied hier. Een in totaal 40 hectare groot vijvergebied met vele vogels. Grauwe ganzen, bonte spechten, knobbelzwanen, kwikstaartjes, tjiftjafs, boomklevers, reigers, aalscholvers, staartmeesjes, koolmeesjes en zanglijsters. Maar… het moet hier nog mooier zijn qua waterleven. Door corona zijn de vogelkijkhutten dicht en dat is jammer. Het is een lawaai van jewelste achter die schermen, maar je kunt gewoon niks zien. Zonde. Vanaf april leeft hier de prachtige grauwe klauwier, ik zie lepelaars op de bordjes, roerdompen, de wielewaal, watersnippen, oeverlopers, witgatjes, groenpootruiter, zwarte ruiter, de bosruiter en zo verder. De grote levensader van dit mooie gebied is de zogenaamde Abeek. Bekend om zijn verschillende watermolens en die zie je goed als je langs deze beek loopt. Ik wandel de rode route – goed voor een dikke 10 kilometer wat ik zo snel google. Je loopt vanuit de Luysen door verschillende natuurgebieden. Echt heel mooi!

Zo doe ik als eerste de St. Maartensheide aan – na even een wat drukkere weg over te steken. Dit ligt ten zuiden van de Luysen en is van oorsprong een heidegebied. Het heeft een flinke tijd dienst gedaan voor de productie van mijnhout – en was bebost met de grove den. Tegenwoordig zijn er vooral houtwallen en poelen die worden onderhouden door het Belgische Natuurpunt. Vogels als de geelgors en grauwe klauwier broeden in het voorjaar in de houtwallen. En het open landschap wordt onderhouden voor onder andere de grutto en de wulp. Cool. Effe doorlopen en je ziet het bordje voorbij komen met Welkom in ’t Hasseltbroek. Klinkt goed. Het is een stiltegebied en je loopt lekker onder de bomen door. He, een coole boomklever met een veel te groot stuk bast in zijn mond. Gezellig. Dan het Stamprooierbroek. Dit is een restant van wat ooit een enorm stroommoeras was. De Abeek vloiede er in een kom en wat plaatselijk tot één kilometer breed. Rond 1870 werd het gebied grotendeels drooggelegd. Tegenwoordig kan de natuur er zijn gang gaan! Dan loopt je vanzelf het Smeetshof in – wat super super mooi is dit zeg! Het is een moerassig gebied en je loopt langs het bos in combinatie met water door. Berken staan met de voeten in het nat en de zon en mooie wolken zorgen voor een schitterende weerspiegeling. Je loopt de hele tijd langs het water af – een sfeer en omgeving die je deze wandeling nog niet eerder hebt meegemaakt. Op dit moment ben ik al zo’n 2 uur onderweg.

De kater is bijna weg: fijn! Intussen belt Rob. Melle heeft ook corona. Jeetje wat stom zeg, terwijl hem niks mankeert. Moet de hele klas op slot. En zij thuis ook. Ik voel me een beetje schuldig dat ik lekker buiten in de natuur ben en zij al een week thuis zitten met perspectief op twee weken extra. Bah. Alleen kan ik er weinig aan veranderen. Ik loop door en loop langs de Abeek weer richting de Luysen. Bekend terrein! Mijn auto zie ik in de verte staan, maar eigenlijk wil ik de Luysen zelf nog zien. Daar ben ik namelijk alleen in het begin snel doorheen gewandeld. Al voel ik het wel na 12 kilometer al in mijn benen. En heb ik al drie uur niks gedronken. De wafels liggen in de auto. Nee, even door! Dus ik loop door. Het is hier vroeger een recreatiegebied geweest met visvijvers. In 1996 werd het hele gebied aangekocht door Natuurpunt en heringericht. Sindsdien vormt het gebied samen met het omringende moerasgebieden een belangrijk rustpunt voor watervogels. Ook de insectenwereld is rijk vertegenwoordigd, onder meer met vele soorten libellen – bijna 50 stuks. Op één van de kaartjes van de gebieden die ik vandaag heb gezien, werd al gesproken dat dit het ware libellenparadijs zou zijn van West-Vlaanderen. Intussen loop ik de – ik ben de kleur van de route effe vergeten – aangegeven route door de oude visvijvers. Erg mooi, want van open gebied kom je binnen een splitsecond in een knus bosgebied met hier en daar waterpartijen, gevlochten afscheidingen, vogelkijkhutten en vlonders. De zangvogels komen ook tevoorschijn. Op een gegeven moment ben ik helemaal ten zuiden van de Luysen aangekomen en kom ik terecht op een pad waar ik eerder vandaag ben geweest. Jeetje, ben ik hier (weer)? Ik draai om en na wat staartmeesjes te zien ben ik blij mijn auto weer te zien. Na 20 kilometers zit het erop voor vandaag. Ik drink een half pak Crystal Clear leeg en eet twee Belgische wafels. Typisch. De Luysen en co is prachtig: en ik kom hier binnenkort zeker eens terug. Al is het alleen al om de grauwe klauwier te spotten.

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.