Een simpel t-shirt

“The clothing industry is the second largest polluter in the world… second to oil”
-Eileen Fisher

Ja, deze quote klopt. In november 2018 – volgens mij – was er ergens op NPO een documentaire die ik met veel belangstelling heb gekeken. Het ging over de kledingindustrie, het feit dat we tegenwoordig kleding als een wegwerpartikel beschouwen en hoeveel we daarmee met elkaar de aarde vervuilen. En die vervuiling van de aarde is een groot probleem van onze huidige tijd. Hoe zorgen we ervoor dat we de aarde respecteren en niet blijven uitputten? Eerder schreef ik een korte blog over de zogeheten Earth overshoot day – de dag die elk jaar eerder ligt in het kalenderjaar en waar wij als mensen meer van onze aarde hebben gebruikt dan onze planeet kan vernieuwen in een heel jaar. Beangstigend en voor je het weet een probleem voor straks, en niet van nu. Nope.

10% van de wereldwijde co2-uitstoot…

Iedereen jaar worden er meer dan 100 miljard (hoeveel? ja zoveel) kledingstukken gemaakt. Een derde daarvan wordt niet verkocht. Nooit gedragen en vervolgens versnipperd of verbrand. De mode- en kledingindustrie heeft zich in de wedloop naar snelste productie van artikelen voor de laagste prijzen ontwikkeld tot een belachelijke industrie. Deze industrie zorgt niet alleen voor uitbuiting van mensen in arme(re) landen, maar is ook verantwoordelijk voor 10% van de wereldwijde co2-uitstoot en ontiegelijk veel verbruik van schoon water. Wat weer geloosd wordt in rivieren, die veelal als levensader van mensen wordt gebruikt. Sinds 1994 is de productie van kleding toegenomen met 400 procent. Jonge mensen zijn opgegroeid met deze fash fashion van winkelketens. Voor een paar euro koop je shirts en broeken. Trend komen en gaan en kleding wordt na een paar maanden alweer afgedankt. Een jaartje in de kast en dan de vuilnisbak in, op Marktplaats gezet of naar de kledingbak in de buurt. Met de aankoop van een shirt is de vervuiling echter nog niet voorbij. Al die kleding moet namelijk gewassen worden, wat naast veel water ook veel stroom kost.

Ikzelf ben niet opgegroeid met een snelle omloop van kleding. Vroeger bij pap en mam thuis was het normaal dat we zo rond de feestdagen nieuwe kleren kregen. Pasen, de zomervakantie, kerstmis. Die dagen. Altijd leuk om op de zaterdag al na het douchen in een nieuwe outfit op de bank te ploffen. “Heb je die nieuwe trui nu al aan”, werd dan met een lach gevraagd? “Ja natuurlijk, ik heb hem toch niet gekocht om in de kast te laten liggen”. Grappig. Tegenwoordig ben ik veel losser met de aankoop van kleren. Ik moet zeggen dat ik koop wat ik wil – ook soms en dan vooral in de zomermaanden – van die goedkope shirts bij de Sting voor twee tientjes. Een korte broek voor drie tientjes. Die draag ik dan twee seizoen en dan is die zo uit fatsoen dat hij de kast in gaat en weer aangetrokken wordt als ik in de tuin werk. Zo nu en dan gooi ik ook iets in de kledingbak om de hoek. Ik vraag me altijd af waar die kleren naartoe gaan. Ergens heb ik een idee dat dit naar mensen gaat die het kunnen gebruiken. Wellicht een ideaalbeeld waarvan de waarheid totaal anders zal zijn.

Een simpel t-shirt

Elk jaar worden er zo’n twee miljard t-shirts verkocht. Het gewone shirt is één van de meest gedragen kledingstukken ter wereld. Niet zo verrassend, toch? Om een shirt te fabriceren begint het bij het kweken van katoen. Katoen kweken is niet zo fijn, want het kost ontzettend veel water. Het meeste katoen komt uit de VS, India en China. Ook worden er bij de kweek van katoen veel bestrijdingsmiddelen gebruikt. Geen gewas ter wereld heeft zoveel bestrijdingsmiddelen nodig als het katoengewas. Een kwart van alle pesticiden in de landbouw wordt gebruikt in de katoenteelt. Als van al dat katoen een blanco shirt is gemaakt, dan is het nog niet gedaan. De meeste shirts hebben namelijk een kleur. Uiteraard in de trend die er dat jaar, of beter gezegd dat seizoen, is. Het verven van en kilo textiel kost gemiddeld 100 liter water. Jaarlijks kost het verven van kleding zo’n 1,9 miljard liter drinkwater. Vaak wordt dit water na gebruik, ongeschoond teruggegooid in een rivier. Ze zeggen in India niet voor niets dat je aan de kleur van de rivier kunt zien kleur het volgende seizoen in de mode is.

Eén van de grootste waterverbruikers ter wereld is de hoofdstad van Bangladesh: Dhaka. Deze stad kent meer dan 1500 ververijen en wasserijen voor textiel. Saillant detail is dat door al dit waterverbruik het grondwater elk jaar met 1 á 2 meter zakt. Een donker shirt kost trouwens meer water dan een licht shirt. Het gaat niet alleen om het verven zelf, maar ook om de washing erna. Zo zijn er ook bepaalde kleuren die moeilijk zijn, met andere woorden: het verven mislukt wel eens. En als het mislukt dan wordt de stof opnieuw geverfd. Dubbel water, dubbele chemicaliën en dubbele energie. Geweldig… Een rekensom die op verschillende plekken op internet te lezen is, zegt dat de gemiddelde water footprint van een katoenen t-shirt uitkomt op 2700 liter water. Een gemiddelde douchebeurt in Nederland duurt 10 minuten en kost 80 liter water (ook ongekend veel trouwens). Voor elk shirt dat je in je kast hebt hangen, kun je 33 keer douchen. En omdat al die productie veelal in ontwikkelingslanden gebeurt, is er weinig aandacht voor de vervuiling en bijkomende gezondsheidsproblemen en -risico’s die het voor de bevolking met zich meebrengt. In deze landen is namelijk vaak geen regelgeving voor het lozen van afvalwater.

Nu denk je: dat kan niet erger. Jawel hoor. Een spijkerbroek is namelijk nog erger. Die kost namelijk zo’n 15.000 liter aan water. 187 keer douchen. Een knallende afsluiter van dit artikel. Doe ermee wat je ermee wil doen. Ik denk in elk geval beter na over mijn aankopen (wil ik het echt), hoe lang ik iets aantrek (niet één seizoen) en hoe vaak en lang ik douche…

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.