Blog: Devon, Cornwall & de Jurassic Coast
In het kort
Het altijd leuke Folkestone.
De prachtige kliffen van Ladram Bay.
Verse vis eten in Exmouth.
Rockpooling is hot.
De lekkere vibe van Torquay.
Golden hour Dawlish Warren Beach.
Retourtje iconische Seaton tramway.
Stukje van het South West Coast Path.
Maffe biotopen bij het Eden Project.
Vliegeren aan het strand van St Ives.
Het getijdeneiland St Michael’s Mount.
Land’s End: meest westelijk Engeland.
Met de trein naar St Ives.
King Arthur spotten bij Tintagel Castle.
Watermouth Castle: gezellig pretpark.
Surfers foodtruck food in Croyde.
Dag 1. Enkeltje Engeland
Uitgeslapen. Het is verleidelijk laat naar bed te gaan als je midden in de nacht moet vertrekken naar Calais, omdat daar de overtocht gepland staat naar Engeland. En toch lukt het altijd weer om te laat te gaan slapen! Heerlijk. We zetten de wekker om kwart voor 4, maar het bed ligt zo ontzettend lekker dat we er ‘pas’ om vijf voor uit rollen. De auto is al gepakt dus het was easy-peasy, en Jolijn en Fijs vinden het gezellig om ‘s nachts op pad te gaan.
Fabulous Folkestone. Eerlijk? Wij zijn fan van Folkestone! De stad blijkt de afgelopen jaren getransformeerd te zijn tot een bruisende en hippe kustplaats. De harbour arm is altijd leuk en zit vol met leuke foodtrucks en dan wip je zo The Old High Street op – een steile, kronkelende straat met kinderkopjes (altijd handig met de kinderwagen) met veel ateliers en van die dingen. Nu lopen we hier in zomerkleding te puffen – de laatste keer waren we hier afgelopen jaar op tweede kerstdag en toen gekleed in een dikke winterjas en muts. Na een lekkere Griekse pita met een eerste pint (Whitstable Bay lager – ook een leuke plek!) en voor Lea een matcha-nog-wat-in-tof-blikje koersen we dit keer naar de kliffen van het Lower Leas Coastal Park. Dit is een verrassend mooie plek aan de kust waar mediterrane bloemen vol in bloei staan. We maken er een lekkere wandeling, genieten van het uitzicht, eten een lekker ijsje en zoeken de auto weer op. Op naar onze tussenstop in het altijd goede Holiday Inn. Dit keer in Farnborough.
Tránsito. Na ongeveer anderhalf uur koersen, ploffen we lekker neer in onze hotelkamer. We hebben deze vakantie veel vakantiehuisjes geboekt, maar qua tussenstops op de route kiezen we vaak voor hotels en dan wel de Holiday Inns by IGH. Ik was daar vorig jaar wat sceptisch over, maar ben 100% gedraaid. Echt goede kamers, lekkere bedden, gunstige ligging en vaak bij snelladers voor de auto, geweldige ontbijtjes en gastvrij. Voordat we deze best wel drukke (reis)dag de rug toe keren, drinken we nog wat lekkers op het terras en nemen wat te eten. Ik kies voor de ultieme Engelse klassieker: de shepherd’s pie die traditioneel wordt gemaakt van lamsgehakt. Dit ding is niet voor niks genoemd naar een herder. Hij smaakt heerlijk en ik spoel alles goed door met twee potten Guinness. Intussen drinken meer en meer gasten al goed in voor de WK-wedstrijd later deze nacht tussen Mexico en Engeland. Wij zoeken onze kamer op, de dames en Fijs slapen binnen een minuut en ik besluit maar even de grand prix van Silverstone te kijken. Daarvan heb ik welgeteld de eerste tien minuten gezien. Truste.
Dag 2. Naar de Jurassic Coast
On the road. Het ontbijt is als vanouds goed en we springen onze volgeladen auto in. We hebben allemaal als een blok geslapen, maar zo in de nacht heb ik – onbewust – ervoor gezorgd dat met één kabeltje twee iPhones én de iPad zijn opgeladen. Talent zullen we maar zeggen. En tot mijn verbazing heeft Engeland in het Aztekenstadion in Mexico-Stad met 3-2 van Mexico gewonnen. Als eerste een stop bij een klein winkelcentrum. Ik heb maar één accu mee van m’n fotocamera – die andere kon ik niet vinden en probeer er nog eentje te scoren, maar dit is een godsonmogelijke zaak. Dan maar even de auto laden met zo’n drie uur voor de boeg tot onze eerste echte reisbestemming: Ladram Bay. De reis gaat goed en gaat gelukkig over sfeervolle wegen in plaats van saaie autowegen. Een nieuwe podcast staat op en die gaat over een meid die een jaar lang twee gedetineerden volgt die terug de samenleving in gaan. Interessant. Tussendoor stoppen we even voor een kleine pitstop en wat te eten: de eerste Cornisch pasty gaan er in! Zo net na 15u arriveren we in Otterton waar ons huisje voor de komende dagen ligt.
Ladram Bay. De komende vijf nachten wonen en leven we in een huisje dat ligt op het Ladram Bay Resort. Dit park ligt om een erg bekende baai met vuurrode zandsteenkliffen en grote rotsformaties die hier uit het water omhoog steken. Deze kliffen zijn zo’n 240 miljoen jaar oud en er worden hier nog geregeld zeldzame fossielen gevonden van vissen, amfibieën en reptielen die hier ooit leefden. Verder blijkt dat deze baai de topfavoriet was onder smokkelaars in de 18e en 19e eeuw. Door de beschutte ligging en grotten werden hier vaten brandewijn, thee en tabak aan land gesmokkeld om hoge Britse belastingen te ontduiken.
En nu lopen wij hier rond. Heerlijk. We drinken een lekker drankje in de Sea Shack, genieten van het prachtige uitzicht en tikken nog wat waterschoenen op de kop, voordat we de prachtige baai bewonderen en een plons nemen in het koude zeewater. Daarna eten we wat lekkers in het restaurant en springen voldaan het bed in.






Dag 3. Otterton Mill en Exmouth
In de ochtend zitten we welgeteld vijf minuten in de auto om naar een bekende en rustieke molen te gaan: Otterton Mill. Ze maken er zelf hun brood en scones en na een rondje door de molen eten we een lekker ontbijtje op het terras onder de bomen. We kijken een mooi zuurdesem brood met vers gebakken champignons en een gebakken ei af van een mevrouw naast ons – en het was een erg goede keus. Daarna springen we de auto in en rijden in ongeveer een drie kwartier naar Exmouth Beach. Het is behoorlijk warm vandaag (29 graden) en dat is te voelen.
Exmouth. Exmouth is het officiële startpunt van de wereldberoemde Jurassic Coast (UNESCO Werelderfgoed). Aan het einde van het 3 kilometer lange zandstrand staat het zogenaamde Orcombe Point en dit vormt het officiële startpunt van de Coast. Het is één van de oudste badplaatsen van Devon en trekt al zo’n 200 jaar reizigers die op zoek zijn naar zon, zee en natuur.
We lopen langs de boulevard en dat is best leuk. Het is niet super druk op het strand, de boulevard staat vol met bloeiende planten in mooi aangelegde perken en we koersen naar een restaurant om verse vis te eten: Rockfish. En… dat is een pareltje! Hun spreuk: tomorrow’s fish are still in the sea. We nemen allebei een zogenaamde summer course en ik kies een verse garnalencocktail vooraf met inktvis van de plancha als hoofdgerecht. Het is werkelijk verrukkelijk en de kindjes eten alles mee. Zelfs de gebakken sardientjes die Lea als voorgerecht neemt. Vanuit het restaurant kijk je zo uit over de haven en de sfeer is erg goed. Voldaan lopen we rustig aan terug naar de auto, doen nog wat inkopen bij een Tesco Supermarket (nooit geweest) en rijden voldaan naar ons Ladram Bay Resort.
Rockpooling
Waterschoenen. Check.
Zwemkleding. Check.
Visnet. Check.
Rauwe ham. Check.
Emmer. Check.
Met de nodige uitrusting – schepnetjes, visnet, een pak ham – lopen we het kiezelstrand van Ladram op en gaan door naar de rotsen die net boven water uitsteken aan de rechterkant van de baai. Lea neemt het voortouw en al snel zwemmen de eerste garnalen in de emmer. Het is er best glad en uitkijken waar je loopt, maar leuk om te doen. Jolijn en Fijs vinden het geweldig en ik vermaak me ook erg goed. Het is leuk om te ‘vissen’ en vooral in zo’n prachtige omgeving. Een blauwe kwal komt ook nog langs en zwemt zo het visnetje in. Verder weten de meeuwen ons inmiddels ook te vinden, want de open verpakking ham ruikt goed.
Wat is rockpoolen nu eigenlijk? Kort gezegd is het op zoek gaan naar zeeleven in de kleine poeltjes water die achterblijven op de rotsen als het eb wordt. Wanneer de zee zich terugtrekt, transformeren deze gaten en geulen in een soort mini-aquariums vol leven. Zonder dat je diep de oceaan in hoeft, kun je zo vanaf de droge rotsen van heel dichtbij kijken naar krabbetjes, anemonen, zeesterren en kleine visjes. Het is een fantastische, laagdrempelige manier om de verborgen natuur van de kustlijn te ontdekken.






Dag 4. Cockinton village, Torquay en plonzen in Dawlish Warren Beach
Ons ontbijt bestaat uit cornflakes en scones. Vandaag staat een bezoek aan Torquay op het programma. Voor de geinteresseerden: je spreekt het uit als “Tor-kie”. Eén van de plekken in de zogenaamde Engelse Riviera door de Mediterraanse sfeer die je niet direct verwacht bij Engeland. Op de kaart ligt Torquay dichtbij, maar in de praktijk moet je om de baai van Exe heen rijden. Geen autowegen, maar allemaal binnendoor wegen, waar je aan beide kanten hoge struiken hebt en er maar één auto op de weg past. Ik ben er inmiddels aan gewend. Onze eerste stop is een historisch dorpje Cockinton village dat ook wel ‘chocolate-box’ wordt genoemd, omdat het er allemaal uitziet als een ansichtkaart. Rietgedekte huisjes, uitgestrekte parken en ambachtslieden waar je een bezoek aan brengt. We maken er een rondje en geheel per ongeluk een coole poster van Pinokkio mee – voor Fijs z’n kamer.
Torquay. Daarna koersen we naar de haven van Torquay. De auto parkeren we bovenop een hotel en we lopen omlaag naar de haven. Onze magen knorren behoorlijk en in de verte zien we een blauwig restaurant liggen met de naam Rockfish erop. Yeah: dat is onze favoriet (sinds gisteren). Ook dit keer eten we weer lekker met voor de kindjes ditmaal een eigen bordje sardientjes en voor mij in plaats van de octopus een gesmoorde heekmet romescosaus. Het is alweer een tijd geleden dat ik deze Spaanse saus – traditioneel gemaakt met gepofte paprika, tomaat en gerookt paprikapoeder – eet. Ik heb hem zelf jarenlang gemaakt. Voldaan slenteren we nog langs de haven en brengen een bezoek aan de winkelstraat. Lea scoort een mooie, zilveren medaillon en vrolijk klimmen we terug naar onze auto die de 50 graden aantikt.
Afsluiting van een mooie dag. Het is de afweging of we direct naar ons huisje terugrijden of niet. Ik besluit voor ons allemaal en kies ervoor een route langs het water te nemen. Die duurt dan wel een half uurtje langer, maar ik denk dat het de moeite waard is. En niks is minder waar. Net voor de inham van de Exe ligt het mooie Dawlish Warren Beach. Dit strand ademt de typisch traditionele Britse seaside-sfeer. Langs de kustlijn staan vrolijk gekleurde houten beach huts en aan het begin van het strand vind je klassieke amusement arcades (gokkasten en grijpmachines), een traditionele kermis (Funder Park) en kraampjes waar je souvenirs en emmertjes en schepjes koopt. Blijkbaar ligt er naast het strand een beschermd natuurreservaat met kilometers aan zandduinen, waar ook de nodige zeldzame trekvogels zitten. Nu hou ik van vogels, maar die heb ik volledig gemist. Maar ook zonder die vogels is het heerlijk: in de onderbroek rennen we door het zand het water in, zoeken schelpen en eten als toetje nog loaded nacho’s en de kinderen een goede lasagne. Alweer voldaan en nagenietend springen we de auto in en rijden via kronkelende wegen in niemandslang terug naar het park.








Dag 5. Donkey sanctuary en Seaton tramway
Vandaag doen we chique en ontbijten we buiten de deur. Niet omdat we niks in ‘huis’ hebben, maar gewoon omdat het kan! Google Maps brengt ons dit keer ook weer direct naar de goede bestemming. Ditmaal is dit een opvang voor ezels – de Flicka Foundation Donkey Sanctuary – is inmiddels een beroemd project en helemaal gratis om te bezoeken. Het complex oogt enorm netjes en mooi aangelegd, net alsof je in een mooie dierentuin bent. Het restaurant is hip en we kiezen een lekker ontbijtje uit. Achteraf lees ik dat het een bekroond restaurant is: the Taste of the West. Omdat onze ogen groter zijn dan de maag, maar onder het mom van ‘eten laten staan is zonde’ duurt het even voordat we weer up-and-running zijn. Maar eenmaal staande bezoeken we de opvang. Blijkbaar is dit alles opgericht in 1969. De ezels die hier terechtkomen, hebben vaak een zwaar leven achter de rug, maar krijgen hier de rest van hun leven alle medische zorg, ruimte en liefde die ze verdienen. Ze hebben meerdere ‘vestigingen’ in Engeland, maar ook binnen Europa. Buiten Europa ligt de focus op vitale noodhulp in landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. We genieten van de plek en daarna is het tijd voor onze volgende stop.
De elektrische tram. De Seaton Tramway is een smalspoor-erfgoedlijn en een van de meest geliefde toeristische attracties in deze regio in Devon. Al is het er totaal niet druk en toeristisch. Je maakt er een rit in prachtig gerestaureerde elektrische trams en met een treinliefhebber in ons midden is dit een top-uitje. Oorspronkelijk was dit de Seaton branch line, een gewone stoomspoorlijn die in 1868 werd geopend om vakantiegangers vanaf de hoofdlijn naar de kustplaats Seaton te brengen. Nadat de spoorlijn in 1966 werd gesloten, is er een 3 mijl lange attractie van gemaakt. De route loopt van de kustplaats Seaton via het dorpje Colyford naar het historische stadje Colyton. De trams rijden dwars door de schitterende Axe Valley en pal langs de riviermonding. Bij goed weer – en dat was het – kun je op het bovendek zitten en zie je nog beter de route door twee beschermde natuurgebieden (Seaton Wetlands). Bij elke van de vier stops kun je kiezen om uit te stappen. Wij doen dat niet op de heenweg en brengen een bezoek aan Colyton. Een kleine halte met winkeltje en restaurantje. We peuzelen wat lekkers en Fijs zoekt zich een coole trein uit. De terugrit kent wat vertraging, omdat een totaal immobiele man van – ik schat – 90 jaar met vijf krukken en zes hulpmiddelen persé de tram in moest. Dus dat duurde even, maar: the eagle has landed. Op de terugweg brengen Jolijntje en ik een bezoek aan het natuurgebied en spotten verschillende vogels. Na dit bezoekje rijden we terug naar onze knusse caravan en bezoeken de ‘show’ op het park waar de kinderen lekker dansen. Het is hier goed toeven.






Dag 6. Sidmouth, Splashdown Paignton en een stukje van South West Coast Path
Ontbijten doen we dit keer in Sidmouth bij een lokale bakker. De lekkerste Cornish pastry tot nu toe moet ik zeggen en voor de afwisseling een bagel met zalm erbij. Lea en ik delen de boel en de kinderen hakkelen een gezond broodje met jam en custard naar binnen. We slenteren nog wat door het centrumpje van dit stadje op zoek naar een zonnebril. Zonder succes springen we de auto in voor een lekkere verkoeling. Het is 10 uur ‘s morgens en al zo’n 28 graden warm.
Splashen. Omdat het zo warm is kiezen we voor verkoeling. In Painton – stad iets verderop – staat het Splashpark Quaywest. Dit is het grootste splashpark van Engeland en heerlijk om even af te koelen. Het oogt allemaal erg Brits hier en 9 van de 10 mensen hebben één of meer rode vlekken op het lijf. Goed gesmeerd. We kleden ons om en nemen alle zooi maar mee, want we hebben geen 50 pence munten voor een kluisje en bijpinnen is verboden hier. Achja. Na een twee uur ‘splashen’ koersen we richting de auto en nemen nog een brain-freezing-shlush-puppy. Op weg naar het thuisfront in Ladram stoppen we nog bij een super deluxe Sainsbury en dat blijft onze guilty pleasure. Voor het avondeten tikken we een groot pakket Indiaas eten op de kop met nog wat extra spullen en die gaan er in het huisje goed in. Fijs heeft driekwart van de tikka masala naar binnen gewerkt. Doet ie goed.
Rondje van het South West Coast Path. De kinderen gaan vrij laat slapen en zijn nog goed actief. Jolijntje heeft nog een dik halfuur in de auto door geslapen, terwijl wij al de eerste spullen in hebben gepakt. Als de bende van ellende eindelijk op één oor ligt, pak ik m’n camera en ga nog een rondje wandelen. Ik weet namelijk al vanaf de eerste dag dat hier het South West Coast Path loopt. Dat gaat beide kanten op vanuit Ladram Bay en ik heb de kant richting het westen gelopen. Het is een prachtig stuk om te wandelen en het idee gaat me meer dan eens door het hoofd hier ooit eens het hele pad te gaan wandelen. Het begint al te schemeren en ik heb me voorgenomen om de
Brandy Head Observation Post te bereiken. Dit is een historische militaire observatiepost uit 1940, die tijdens de Tweede Wereldoorlog werd gebruikt door de Britse luchtmacht (RAF) om proeven met vliegtuigbewapening en raketten boven zee te controleren. Het is een beetje een creepy gebouw en ik draai me dan ook snel om voor de route terug.
Het South West Coast Path (SWCP) is met een lengte van 1.014 kilometer de langste en meest iconische gemarkeerde wandelroute van Engeland, die start in Minehead (Somerset) en via de ruige kusten van Devon en Cornwall eindigt in Poole Harbour (Dorset). Dit officiële nationale wandelpad volgt grotendeels de oude 19e-eeuwse paden van de kustwacht, die destijds werden gebruikt om smokkelaars op te sporen, waardoor het pad nog altijd spectaculair dicht langs de afgronden en kliftoppen loopt. Onderschat de route echter niet: doordat het pad bij vrijwel elke klif en riviermonding daalt en weer stijgt, overbrug je in totaal zo’n 35.000 hoogtemeters, wat gelijkstaat aan bijna vier keer de hoogte van de Mount Everest en gemiddeld zeven tot acht weken in beslag neemt om volledig te voltooien.
Dag 7. Eden project
De auto is al aardig gepakt, maar er moet toch nog wat bij. Ook deze nacht weer heerlijk geslapen, al Fijs klimt midden in de nacht standaard bij ons in bed. We hebben deze ochtend onze ‘koelkast leeg gegeten’. We koersen vandaag naar onze tweede vakantiestop die net naast St. Ives in Cornwall ligt. Om deze tocht te breken koersen we tussendoor naar het beroemde Eden Project. Al eens van gehoord?
Eden Project. Geopend in 2001 na een grootschalige transformatie van een uitgeputte, zestig meter diepe porseleinklei-groeve in Cornwall. Vandaag de dag uitgegroeid tot een wereldberoemd educatief milieupark en een levend laboratorium voor duurzaamheid. Het complex valt direct op door zijn futuristische, op zeepbellen geïnspireerde biomen, die gebouwd zijn met ultralicht en supersterk ETFE-kunststof in plaats van glas. Dit architectonische hoogstandje herbergt onder andere ’s werelds grootste overdekte regenwoud — inclusief een eigen indoorwaterval waar verzorgers zich met een heteluchtballon door de nok verplaatsen om de hoogste bomen te snoeien — en een mediterraan bioom vol olijfbomen en wijnranken. Dat het park een buitenaardse uitstraling heeft, bleef niet onopgemerkt: het diende als filmlocatie voor de James Bond-film Die Another Day. Tijdens de bouw werd er zelfs zo extreem veel steigerbuis gebruikt (370 kilometer) dat het een Guinness World Record opleverde. Tegenwoordig is het Eden Project veel meer dan een toeristische trekpleister met botanische tuinen; het is een volledig door diepe geothermie aangedreven innovatiecentrum dat wereldwijd nieuwe ecologische projecten opstart en bezoekers op een interactieve manier bewust maakt van de cruciale relatie tussen mens en natuur.
Het Eden Project is een grootse bestemming. Er zijn tal van parkeerplaatsen en als we naar de ingang lopen is dat alleen alleen al een behoorlijke hike. Eerst even wat eten – een lekkere pastry, verrassend – en dan door de deuren kijken naar deze maffe, futuristische en spectaculaire locatie. De zogenaamde ‘domes’ vormen het panoramische uitzicht dat je ziet zodra je buiten komt. Overal planten, een mooi zigzag pad en intussen nog wat marble runs waar de kinderen hun hart ophalen. We bezoeken als eerste de grootste dome, waarin een tropisch regenwoud groeit en ademt. De zweet loopt over m’n nek, maar het is mooi. Buiten is het boven de 30 graden en binnen hangt er gelukkig geen thermometer. Bananen, lianen, een waterval, vele verschillende bromelia’s en andere ‘regenwoud’ bloemen en planten – het is er allemaal. Veel herken ik van mijn reizen naar Midden- en Zuid-Amerika en dat zit in mijn hart opgesloten. Daarna een ijsje, even afkoelen en door naar de mediterrane dome. Lea is niet helemaal lekker we crashen bij een openluchtrestaurant waar Fijs en Jolijn een verse houtovenpizza eten en wij een lekkere ‘charcoal’ Caesar salad. Heerlijk. Daarna begint de ‘klim’ naar de uitgang en de verdere ‘klim’ naar de auto. Het is een zoektocht, maar onze Ioniq is terecht. Vakkundig pikken we Lea en Fijs bij de poort ‘slecht te benen’ en koerst de navigatie ons naar de buurt van St Ives. Onderweg nog even de podcast over het WK luisteren en binnen een mum van tijd is het zo ver.








Dag 8. St. Ives Beach
Ons huisje in niet geweldig, al is dat een beetje een understatement. Nu heb ik bijvoorbeeld in Nepal in gekke hutten geslapen, maar als je in Engeland bent met je gezin dan wil je wel een beetje luxe. Voor het beeld: een rotte voordeur, een buitenkant waar de verf van afbladdert, schimmel binnen, een hoog piepend geluid als de douche loopt en een half lekkende wc-pot. Na een goede mail gisteravond en een bezoek aan de receptie hebben we een nieuwe caravan gekregen die vorig jaar is opgeleverd. Wat een verschil. Hier durf je gewoon de meloen in de koelkast te leggen en onder de douche te springen zonder dat je bang bent om nog-nooit-geïdentificeerde bacteriën binnen te krijgen. Maar tot zo ver.
De afgelopen week hebben we veel gedaan en veel gereisd. Met twee kleine kindjes ben je ook nog eens all-inclusive reisleider en lid van het animatieteam. Dus vandaag zijn we ‘aan huis’ gebleven. Lea heeft veel (bij)geslapen en in de middag zijn we lekker naar de zee hier geweest. Ons huisje ligt in de duinen en het water is helder blauw. Lekker wat gerommeld in het water en gevliegerd. Dat was leuk om te doen. Als avondeten wat verse spullen gehaald bij de lokale Mark & Spencer met een karameltaart als toetje.
Dag 9. St Michael’s Mount en het einde van de wereld bij Land’s End
Vandaag trakteren we ons weer op een goed ontbijt. De koelkast biedt ook niet veel soeps aan op het moment. Lea heeft een leuke boerderij gevonden waar ze niet alleen een winkel en restaurant hebben, maar je ook zelf fruit kunt plukken. Wij wannabe farmers kunnen natuurlijk niet in Cornwall zijn zonder een boerderij te bezoeken. Het heet Trevaskin Farm. We staan redelijk ‘laat’ op want deze vakantie is er gewoon best veel uren nachtrust. Maar we kijken ook goed op de klok, want we willen naar – wat heet – St Michael’s Mount.
St Michael’s Mount is een prachtig, sprookjesachtig getijdeneiland vlak voor de kust van Marazion in het uiterste zuidwesten van Cornwall. Wat dit eiland zo bijzonder maakt, is dat het bij vloed volledig omringd wordt door de zee, terwijl er bij laagwater een eeuwenoude, geplaveide stenen voetgangersdam (de causeway) tevoorschijn komt waarover je zo naar de overkant kunt wandelen. Boven op de steile granieten rots torent een indrukwekkend middeleeuws kasteel en een 12e-eeuwse kerk uit, die oorspronkelijk werden gebouwd door benedictijner monniken (en nauw verwant zijn aan de Mont Saint-Michel in Frankrijk). Vandaag de dag vind je er naast de historische kamers en subtropische terrastuinen die tegen de rotsen klampen, ook nog een klein, levendig haventje waar nog altijd een dorpsgemeenschap woont.
Te voet tijdens eb. Het is even zoeken wat het goede moment is om er te zijn. Want eb en vloed is elke dag anders. De website van het eilandje laat per dag zien wanneer je er te voet ernaar toe kunt lopen en wanneer je de boot moet nemen. Wij willen gaan wandelen en rijden na ons stevige ontbijt door. Een Efteling sprookje staat op als we voor de zoveelste keer op een weg rijden waar één auto op past en is omringd door groene struiken. Dan doemt er opeen grote tractor op in de verte met een platte jaar erachter. “Niet te doen”. Het is krap, misschien wel te krap en de auto achter me heeft geen geduld, haalt me in en rijdt er rakelings langs. Ik probeer hetzelfde, maar het gaat niet helemaal goed. Nieuwe krassen aan de zijkant van de auto, hij is verdorie net gemaakt! Ik baal er wel van, want wist eigenlijk van tevoren al dat het erg krap zou worden. Maar goed, als we thuis zijn maar weer de leasemaatschappij contacten.
We bezoeken het charmante eilandje (en soms niet) te voet. Duidelijk is dat we niet de enigen zijn die een dit een bezoek waard vinden, maar eigenlijk is dat helemaal niet storend. De oude stenen weg ernaartoe is een opgave met kinderwagen en bij de ingang word me gevraagd naar een entreeticket. Ik ben Fijs echter aan het zoeken en roep tegen de man dat ik m’n kind aan het zoeken ben. Zonder pardon loop ik langs de man door, zonder entree. Het is hier goed toeven en een interessante plek. Na een klein gebakje dat wij vakkundig weten te weren van de rondstruinende meeuwen – bij de buren lukt dat niet – gaan we nog even het stadje in. Hier bezoeken we wat leuke plekken zoals een mooi winkeltje met tweedehands spullen waar de verkoop naar een goed doel gaat en eten een echte famous pastry uit Cornwall. Weer eentje.




Land’s End. Daarna koersen we via het charmante haventje van Mousehole naar het enige echte einde van de wereld: Land’s End. Dit is het laatste stukje Engeland aan de Zuid-West kust. Het is een mooie, rustige plek waar we een grappig bezoekje brengen aan de wereld van Wallace & Gromit en Shaun the Sheep. De kindjes vinden het erg leuk en ik moet zeggen dat ik me ook kostelijk amuseer. Daarna volgt een rondje langs de ruige kust. Terug in ons park wippen we nog even langs de Dynamite Bar, waar ‘the show’ gaat beginnen. Een verkleedpartijtje met liedjes voor de kinderen en voor mij een lekkere Guinness. En daarna rijden we nog welgeteld 5 minuten met de auto naar Gwithian Beach waar we super lekker eten bij de Chomp Gastro Bar. Een gezellige plek met meer dan lekker eten!




Dag 10. St Ives
Fijs heeft vannacht alweer tussen ons in geslapen – vindt hij fijn. Het lekkere brood van de boerderij waar we gisteren zijn geweest wordt al getoast en ik smeer er drie (!) la vache que rit op. Lekker. We pakken onze spullen en rijden naar het kleine centrumpje om de hoek. Ofja, ik weet niet hoe dit heet. Er ligt een M&S, drive Costa koffie en een Next. Lea en Jolijntje gaan daar even naar binnen en Fijs en ik gaan op zoek naar een snellader. Die vinden we een paar honderd meter verderop. De auto wordt met 150 kWh geladen en intussen springen wij even de Starbucks binnen die ernaast ligt. Verschil moet er zijn: Fijs drinkt een lekker mango-appelsap en ik neem een dubbele espresso. Als de auto binnen een halfuurtje 97% vol is rijden we naar de dames. De winkels zijn erg leuk hier en Lea geeft een mooie geel-witte blouse voor me gekocht. “Ik mag wel wat meer kleur dragen”.
Met de trein naar St Ives. St Ives blijft lastig te begaan met een auto, dus wij riskeren het niet. We koersen naar de parkeerplaats van station St Erth en voor 13 pond kunnen we én parkeren én mogen we met ons vieren met de trein mee. Best waar voor je geld. De trein komt al snel en intussen praten we met drie Engelse mensen – iets op leeftijd. Eén van de drie is ooit in Scheveningen geweest en heeft nog de lokale krant gehaald. Hij was gaan zwemmen in zee, de ‘riptide’ heeft hem naar rotsen getrokken en hij is al bloedend en wel gered door een kustwacht. We lachen wat af en springen daarna op de trein. De rit naar St Ives moet één van de mooiste spoorlijnen van Engeland zijn. En dat kan best kloppen, want je rijdt vol langs de kust met uitzicht op de rotsen, struiken, bloemen, strand en zee. In ongeveer een kwartiertje springen we eruit bij St Ives.
St Ives, gelegen aan de kust van Cornwall in Zuidwest-Engeland, transformeerde in de 19e eeuw van een geïsoleerd vissersdorp—beroemd om de sardinesvangst—tot een bruisende kunstenaarskolonie toen de komst van de spoorweg schilders aantrok vanwege het bijzondere zeelicht. Vandaag de dag is het een van de meest geliefde badplaatsen van het Verenigd Koninkrijk, waar historische geplaveide straatjes en traditionele cottages naadloos samengaan met eigentijdse cultuur dankzij bezienswaardigheden zoals het bekende Tate St Ives museum en de vele ambachtelijke winkels rond de schilderachtige haven.




Afsluiter bij de bistro en het strand. Eenmaal terug in St Erth is het al tegen etenstijd aan. We gaan wederom naar de plek van gisteren: Chomp bistro bar. Chomp is een sfeervolle gastro beach bar bij Three Mile Beach en hun concept is verrassende sharing plates die verse streekproducten combineren met een wereldse twist. We parkeren de auto bij het strand en lopen er naartoe en komen terecht in een soort van vakantiepark, maar dan als klein dorpje. De huizen zijn verrassend mooi aangelegd en aangeplant: hier willen we wel eens naartoe. Op de pof naar dit restaurant valt goed uit want er is nog plek. We kiezen voor lekkere gerechten: geroosterde bloemkool met soyasaus, inktvis, gevulde balletjes met vis en kikkererwten, en versgebakken vis met charcoaled broccoli. Heerlijk.




Dag 11. Via Tintagel naar Croyde
Vandaag verlaten we Cornwall en rijden we naar Noord-Devon. Een rit van ongeveer 3 uur waarbij we onderweg een goede maaltijd naar binnen slaan. Onze stop is bij St Kew Farmshop – niet dat we hier speciaal naartoe wilden, maar het ligt op de route en is tegen het middaguur aan. Een lekker broodje met spek en ui gaat er goed in en de kindjes eten lekker mee. Ik twijfel behoorlijk of ik een bezoek moet brengen aan Tintagel Castle. Deze naam ken ik al vanaf 1999 toen ik nog bij de fanfare in Pey zat en we een muziekstuk met exact deze naam speelden. Van componist Leon Vliex en geïnspireerd op de romantische ruïnes en de legende van King Arthur. Vaak zijn plekken die hevig gepromoot worden erg toeristisch. Dat begint al bij het parkeren van de auto, een lange tocht naar de ingang en vervolgens een hutje-mutje bezoek. Na wat aandringen van Lea besluit ik om het bezoek toch te wagen. En daar heb ik uiteindelijk echt geen spijt van!
Tintagel Castle. Stel je voor: je staat op de hoge, winderige kliffen van Cornwall, waar de Atlantische Oceaan genadeloos tegen de rotsen beukt. Tintagel Castle is vandaag de dag een van de meest spectaculaire historische locaties van Engeland. Je wandelt er via een indrukwekkende stalen brug over een diepe kloof naar een ruig eiland vol middeleeuwse ruïnes, overzien door het iconische bronzen standbeeld Gallos en met beneden op het strand het mysterieuze Merlins Cave. Dit ruige landschap is al eeuwenlang het decor van mythe en historie. Volgens de bekende 12e-eeuwse legende van Geoffrey of Monmouth werd Koning Arthur op deze magische plek verwekt. Historisch gezien was het in de 5e en 6e eeuw een machtige handelspost voor de koningen van Dumnonia, waarna Graaf Richard van Cornwall er in de 13e eeuw een kasteel liet bouwen – juist om te profiteren van die romantische Arthur-verhalen. Het maakt Tintagel tot de ultieme combinatie van woeste Engelse kustnatuur en eeuwenoude mythologie.
Online bestel ik twee tickets en met Jolijn op m’n rug eerst een plasstop met een groot glas Guinness om vervolgens richting de ruïnes te gaan. Het is een behoorlijke wandeling en uiteindelijk een goede klim. Maar: het uitzicht is werkelijk adembenemend en bij de bekende Instagram deur maken we ook een leuke foto, met dank aan een of andere Aziatische toerist. Vooral de ruige rotsen spreken me aan – de paar stenen blokken die de vroegere muren zijn veel minder. Er zitten koers naar onderen en bij de entreepoort schiet me ineens te binnen dat ik het half doorzichtige, bronzen standbeeld van Arthur heb gemist: Gallos. In een split-second bedenk ik me en neem de beslissing niet opnieuw naar boven te gaan, haha. Het is goed geweest. Lui als we zijn nemen we een muntje voor het busje dat ons naar onderen rijdt. Al duurt het wel een poos voordat alle chauffeurs terug zijn van middagpauze.



Surfing to Croyde Bay. Onze laatste bestemming is er eentje die ik zonder lang na te denken heb geboekt. We gaan naar UNISON Croyde Bay Resort en dat ligt in Noord-Devon. Blijkbaar is Croyde en de omringende stranden dé plek voor surfers. Croyde Bay staat bekend als een van de beste surfspots van Groot-Brittannië vanwege de uitstekende en constante golfslag (beach break). Het strand wordt omgeven door indrukwekkende zandduinen en rotspartijen. De baai maakt deel uit van het North Devon Coast National Landscape. En die vibe is goed merkbaar als we lang de steile kliffen het plaatsje binnen rijden. Thuis kom ik er achter dat dit de weg vanaf Braunton is, die omhoog kronkelt langs de kliffen en over de hellingen van Saunton Down. Vanaf deze weg heb je een spectaculair en panoramisch uitzicht over de kilometerslange zandstranden van Saunton Sands en het beschermde duingebied Braunton Burrows. Overigens is het niet te doen om dit goed vast te leggen op de foto!
Wanneer je vanuit het oosten (vanaf Braunton) richting Croyde rijdt, kronkelt deze weg hoog langs de kliffen en over de hellingen van Saunton Down. Vanaf dat punt heb je een spectaculair en panoramisch uitzicht over de kilometerslange zandstranden van Saunton Sands en het beschermde duingebied van Braunton Burrows. Net voor het afdalen richting Croyde ontvouwt zich bovendien een prachtig zicht op Croyde Bay zelf.
Checkin, foodtruck en Engeland eruit. We checken in bij UNISON en dit ziet er direct al heel leuk en goed uit. Een klein resort met zwembad, hotelkamers, van allerhande dingen om te doen, restaurant en zo verder. We checken in, ik sleep vier koffers naar de kamer en de kindjes spelen even buiten. Het is tijd om af te koelen in het zwembad en daarna eten lopen we een rondje naar The Beach Cafe and Sunset Bar. Dit is een soort van foodtruck met terras en hier krijg je 4 of 5 verschillende gerechten in zo’n kartonnen doos. Heerlijk! Met een lekker koud biertje erbij en intussen stromen de Engelen binnen voor de halve finale van het WK tegen Argentinië. Ik heb zo’n honger dat ik ook nog de burger bestel, waarbij ik pas na terugkomst bij de tafel nadenk wat het woord ‘venison’ betekent. Inderdaad: een hamburger van wild gemaakt. Ik twijfel even maar na één hap weet ik dat deze bijzonder lekker is. De kindjes gaan daarna naar bed, Lea gaat wat relaxen en ik bezoek de bar in het hotel tussen van allerhande Engelse hooligans (not) om de wedstrijd te kijken. Het gaat goed, tot ergens in de tweede helft… truste.
Dag 12 en 13. Touren door Ilfracombe en Watermouth Castle
De twaalfde dag van onze vakantie doen we niet veel. Het is lekker toeven in ons hotel waar we een kamer aan de tuin hebben. ’s Morgens lekker aanschuiven bij het ontbijt, een beetje zwemmen, wat relaxen. En intussen zien we wat van de omgeving zonder echt lang te wandelen. Ilfracombe is de belangrijkste plek in de buurt en hier ligt de beroemde Tunnels Beaches. Dit zijn tunnels die met de hand door rotsen zijn gehouwen en waar je dan terecht komt op een strand. Op Instagram ziet dit er super cool uit, maar waarschijnlijk is dit zo’n voorbeeld van mensen die de mooiste posts hebben, en intussen in een massatoeristisch gebied staan. Wij skippen dit strand en ik lees later dat ze ook gesloten zijn. Op de laatste volle dag hier in Croyde bezoeken we het Watermouth Castle. We hebben dit eerder thuis voorbij zien komen toen we naar Cornwall en Devon keken. Vorig jaar hebben we het pretpark Drayton Manor bezocht (met Thomas de Treinland erin) en in mijn verbeelding zijn alle pretparken in Engeland sober afgewerkt. Maar dit is een juweeltje! Ook hier is er weer een marble te koop en die kun je gebruiken in tientallen knikkerbanen. En intussen hebben ze hier een soort van mini-Efteling nagebouwd die echt heel erg leuk is. Voldaan rijden we aan het eind van de dag terug naar ons hotel, voor een laatste keer ‘The Show’. We sluiten af bij een coole en hippe foodtruck aan het strand van Croyde, eten onze buik rond en keren voldaan terug naar ‘huis’.




Conclusión
De conclusie is eigenlijk vrij simpel. Dit deel van Engeland is verrassend mooi in vele opzichten. Je hebt prachtige uitzichten, prachtige kliffen, vanalles te doen en lekker te eten en dit alles in een relaxte, mediterraanse sfeer. Waarbij ik persoonlijk Devon nog mooier vond dan Cornwall en met als hoogtepunt het verblijf bij Ladram Bay en de omgeving. Deze twee weken zijn voorbij gevlogen en dan heb je meer niet dan wel gezien.

