Rondreis door de Camargue
Op naar de Camargue
Dag 1. We vertrekken midden in de nacht. De kindjes vinden het helemaal geweldig, maar ik wat minder. De wekker gaat om 3.10u en om 3.30u zitten we in de auto. Gelukkig hebben we gisteren alles al gepakt en hoeven we alleen maar met een warme kop koffie de auto in te springen. Onderweg gaan de gesmeerde broodjes er lekker in en al snel komen we aan in Charleroi. Het is parkeren op P4 en buiten is het koud. ‘Daar lopen we dan in onze zomerjassen’. De reis gaat meer dan goed en zonder te wachten lopen we het vliegtuig in. Goed time management.
Na zo’n anderhalf uur vliegen is de bestemming bereikt: Nimes. Het was een redelijk goedkope vlucht en dit vliegveld is zo klein – heerlijk. We maken even een pitstop op de wc en als ik daarna met Fijs terugloop zijn de koffers er al en na 10 minuten zitten we in onze huurauto. Een Fiat – bestaan die dingen nog? Het is een leuke auto: een Fiat 600. Hij rijdt prima en heeft geen fancy dingen. Vooral wennen zijn alle losse knoppen waarmee je de automaat bedient. Apart. Onze reis gaat naar een Yelloh-park in Aigues Mortes. Dat ligt in de buurt van Montpellier en is bekend om de zoutpannen én de flamingo’s. On our way!
Uzès en z’n aardewerk
Onze Fiat rijdt ons als eerste naar een plek vol met aardewerk! Ofja de Fiat – ik rij natuurlijk. Het aardewerk maken is hier in deze regio een serieuze traditie die al eeuwen mee gaat. We gaan naar Uzès en dat is een stad met karakter. Gebouwen van honingkleurige kalksteen en een doolhof van smalle steegjes met kunstgaleries, antiekwinkeletjes en goede restaurants. We rammelen (ik denk letterlijk) van de honger en lopen naar het erg beroemde Place aux Herbes. Omringd door booggangen (arcades) en vol met terrassen onder mooie platanen. Wel valt het weer wat tegen: het is bewolkt, niet super warm (denk 12-13 graden) en er vallen wat spatjes regen. Het is pas net na 11 en bij de meeste restaurantjes krijg je ‘pas’ vanaf 12 uur eten. Dus maken we een rondje tot we er eentje te pakken hebben. We eten super lekker bij één van de restaurants en ik wip een Lobster roll naar binnen.
Na een rondje stap pikken we onze auto weer op en belanden bij een mooie plek: Les Pots d’Uzès. Eén van de meest authentieke pottenbakkerijen van de regio. Lea heeft dit natuurlijk thuis al gevonden en ze koopt een paar potjes voor onder onze nieuwe overkapping. Intussen probeer ik de kinderen in toom te houden – die rennen rond en proberen zoveel mogelijk potjes en potten aan te raken in een zo kort mogelijke tijd. Geweldig…
Pont du Gard
Drie van de vier slapen zo goed als in de auto en deze meneer chauffeurt iedereen naar de plek van bestemming. Maar niet voordat ik eerst het Romeinse aquaduct van drie verdiepingen met eigen ogen bekijk. Nu is dat nog een kleine klus, want je kunt nergens goed het aquaduct zien. Behalve dan op één plek en dat is het dorpje Castillon-du-Gard. Hier ligt een kerkje waar je kunt parkeren en daarna op 10 meter afstand een panoramisch uitzicht hebt met in de verte het Pont du Gard. Maar eerlijk is eerlijk: dit vond ik niet goed genoeg, want het ding ligt én ver weg én je ziet de rivier Gordon niet. Dus ben ik naar de officiële bezoekersplek gereden op de Rive Droite. Auto geparkeerd en naar de over gerend. Het aquaduct doemt dan voor je op en je kunt helemaal naar het water lopen. Geweldig. Ik heb de tijd genomen er foto’s te maken en het imposante bouwwerk eens goed te bekijken. Daarna terug gerend naar de auto en zonder te betalen de slagboom weer laten openen. Huppa.
De Romeinen bouwden deze brug in 50 jaar na Christus met één doel: water van bronnen bij Uzès naar badhuizen en fonteinen in Nimes brengen. Eén systeem van zo’n 50 kilometer lang waarbij het startpunt in dit geval slechts 12 meter hoger ligt dan het eindpunt. Omgekend. Het merendeel van al deze kilometers ligt ondergronds of door late greppels.
Na het bezoek is het tijd naar onze camping te rijden met onderweg nog één pitstop bij de bekende Super U supermarkt. Best een aardige vind ik, als liefhebber van supermarkten in het buitenland. De prijzen hier in Frankrijk vallen aardig mee in vergelijking met Nederland. Het is zeker niet de helft goedkoper, maar zal wel wat schelen op een volle kar. We slaan de broodnodige dingen in, en natuurlijk ook supercoole nieuwe tandenborstels voor Fijs en Jolijn met draken en prinsessen in en fancy spikkels. Helaas bestaan die niet voor volwassenen. Daarna is het tijd om in te checken en ons huisje voor de komende week te bestormen. Truste.
Met danone op naar Le Grau-du-Roi
Dag 2. We staan rond een uur of half 7 op en hebben dan een erg lange nacht geslapen. Heerlijk. Het is wat koud in het huisje en dat merk je. Na wat lekkere Danone yoghurt in van die glazen potjes – de favoriet in Frankrijk – springen we de auto in. Qua naam naar een sfeervolle plaats – Le Grau-du-Roi. We parkeren de auto naast de haven, wandelen hier wat rond, eten ergens een lekker broodje en gebakje, en Lea geeft een man buiten die wat geld vroeg een warme tosti die we kopen. Het is niet al te goed weer en het miezert soms wat. Na een klein rondje springen we de auto in en koersen richting het grote winkelcentrum Oddyseum in Montpellier. Altijd handig als het wat minder weer is – even wat winkels af struinen en we happen een vier sterrenmenu bij de plaatselijke Burger King. Jolijn en Fijs hebben het winkelen op een gegeven moment wel gehad (en ik ook) en we zoeken onze auto weer op.
Parc Ornithologique Pont de Gau
We maken koers naar het Oosten vanuit Montpellier en gaan naar een groot vogelpark en natuurreservaat. Het park beslaat zo’n 60 hectare aan moerassen, vijvers, rietkragen en graslanden, en is specifiek ontworpen om bezoekers van heel dichtbij kennis te laten maken met de unieke vogelwereld van deze regio. En verrassend of niet – je staat op een paar meters afstand van honderden flamingo’s. Het kost 8,50 per volwassene en 5 euro vanaf 4 jaar. De kinderen gaan naar de bio-wc en we dwalen een anderhalf uur door het moerasgebied waar het wemelt van flamingo’s, maar ook de zwarte ibis, steltkluut, gewone kluut, mussen, spreeuwen, koereigers en nog vanalles. Na de lekkere wandeling rijden we nog even door naar een plaats die Saintes-Maries-de-la-Mer heet. Dit is een sfeervol vissers- en pelgrimstadje en ligt aan de Middellandse Zee. Het geldt als de onofficiële hoofdstad van de Camargue. Het is er vrij rustig en dat heeft met de tijd van het jaar én het weer te maken. We lopen wat rond, ik drink met Fijs twee biertjes op een knus terras (ikke dan, hij drink Orangina) en daarna rijden we terug naar onze camping. We sluiten de dag af met een lekker verse maaltijd die we ‘thuis’ opeten. Altijd goed te doen in Frankrijk, want in de meeste supermarkten krijg je verse vis, aardappelen of een salade, groentes en wat je wil.
Aiges-Mortes, zwemmen en Montpellier
Wandeling over muren met hindernissen
Dag 3. Aigues-Mortes is een middeleeuwse staat in de Camargue. Letterlijk betekent dit ‘dode wateren’. Best een coole naam die vrij logisch is bedacht. In de tijd dat stad werd gesticht (13e eeuw) bestond de omgeving uit moerassen en stilstaand water. De naam komt uit het Occitaans (de historische taal van Zuid-Frankrijk): “Aigas Mòrtas”.
Het is één van de best bewaarde vestingingssteden in Europa, waarbij er een historie is van koningen, kruistochten en ‘wit goud’ – zout. De stad werd door Lodewijk IX gesticht en was de eerste Koninklijke have aan de middellandse zee van Frankrijk en diende als vertrekpunt voor de kruistochten. Om de stad heen staat er een grote, hoge muur van in totaal 1,6 kilometer. Daar kun je trouwens overheen lopen en dat hebben we gedaan. Met twee kleintjes bij ons – als wandelend en soms op nek of anders dragend. Naast al het militaire gedoe is de stad rijk geworden door de winning van zout. Er liften namelijk zoutpannen omheen (salins) die in de zomer roze kleuren. Dat is best cool en hebben we op een afstandje vanaf de muren ook redelijk gezien.
We komen er vroeg aan (ik denk half 9 ‘‘s morgens) en dan is het lekker rustig. Op de parkeerplaats, in de smalle steegjes en de winkels gaan met-en-met open. Het is er erg gezellig, lekker compact en heeft een fijne sfeer. Zo rond het middaguur is het enorm druk en voor ons tijd om te gaan. Al kwam dat prima uit want de wandeling over de muren was een goede afsluiting van dit bezoek. Al ben ik nog even terug moeten lopen, want m’n nieuwe pet van de Camargue was al wandelend op de muur afgewaaid. Ik vond hem terug buiten de muur op een bankje met een grote steen erop. Aardige mensen die Fransen, al vind ik dat eigenlijk van niet, haha.
Met de tram door Montpellier
Op onze camping hebben ze een mooi buitenzwembad. De kinderen hebben echt zin om te gaan zwemmen en ik ook. Al is het nog geen perfect zwemweer. Het is een graad of 20 maar niet altijd zonnig. Maar bikkels als we zijn springen we er allemaal in. De glijbanen zijn nog wat wild, het water is koud maar het is toch lekker dat het ‘zwemseizoen’ is geopend.
Als middagprogramma staat Montpellier op de planning. Een stad die inmiddels op Europese lijsten veel indruk maakt: groene hoofdstad en meest leefbare stad van Frankrijk. Veel moderne architectuur en met een historie van handel in specerijen en textiel. We springen de auto in en rijden naar het parkeergarage waar we eerder zijn geweest hij het winkelcentrum Odysseum. Daar is een apart gedeelte dat Parking + Tram heet. En dit is echt handig, want voor 5 euro parkeer je daar de auto en krijg je ook nog (tot 6) tramtickets erbij waar je de hele stad mee kunt rondtouren. Ideaal. We parkeren de auto en zoeken even naar de opstapplek. De kinderen vinden de tram heel leuk en we maken koers naar Place de la Cómedie. In één woord: prachtige plek. We struinen door de straatjes en Lea bezoekt een super authentieke speelgoedwinkel. Na een uurtje of twee springen we de tram in en gaan richting Marche du Lez. Dit is een hippe, creatieve hotspot in een voormalig industrieel complex aan de rivier de Lez. Het combineert een rauwe, industriële stijl en street-art met een gezellige, mediterrane sfeer en je kunt er super lekker eten in een grote foodhall. Fijs en Jolijn vinden het geweldig, en zelfs de tellines (kleine schelpjes in knoflookolie) gaan er goed in. Het is al donker buiten, flink afgekoeld en in korte broek zoeken we de tramhalte op, pikken de auto op en koersen richting onze camping. Dit was echt een heerlijke, ontspannen dag en tevreden springen we het bed in. Slaap.
De transcanal van Palaves-des-Flots
Dag 4. Palaves-det-Flots is een oude vissershaven die is uitgegroeid tot een gezellige badplaats. Het strand is leuk, de boulevard is mooi, de straatjes in de binnenstad zijn gezellig. En dit alles ligt op slechts een kwartier rijden van onze camping. Ook is er een klein kabelbaantje – de ‘transcanal’ – om van de ene kant van de kade naar de andere kant te gaan. Nog nooit ergens anders gezien, dus dit voelt direct uniek aan. De kindjes vinden dat geweldig en Lea en eigenlijk ik ook. Het is blijkbaar de oudste badplaats aan de kust van Montpellier en is minder ‘strak’ dan de meeste badplaatsen. De lokale bevolking komt hier ook graag wat het een mix maakt aan Fransen en toeristen. We struinen door de kleine straatjes, spreken met wat mensen en kiezen ervoor om een lekker hapje te eten aan het water. Lea besteld een vispannetje en ik de ceviche, die overigens verrukkelijk is. Daarna steken we over met de transcanal en koersen vervolgens met een mooi bloemenijsje in de hand richting de auto. Het is vandaag behoorlijk warm geworden en tijd voor zonnebrand.
Artisan. Als je dit in Frankrijk op een gevel, etiket of uithangbord ziet staan, betekent dat simpelweg “ambachtelijk” of “handgemaakt”. Het is een beschermde term in Frankrijk. Iemand mag zichzelf niet zomaar een artisan noemen; het betekent dat het product ter plaatse, door een gediplomeerde vakman of vakvrouw, en in beperkte oplage is gemaakt. Dus geen massaproductie uit een fabriek, maar puur handwerk met oog voor traditie en kwaliteit.
Jarig in Nîmes
Dag 5. Het is 16 april en dat is mijn verjaardag. Ik word wakker in de feestsfeer en ik mag kiezen wat we gaan doen vandaag. Op naar Nîmes – en in de avond wil ik gezellig aan het water in Grau-du-Doi eten. De auto doet het weer goed, het is lekker zonnig al spuugt Jolijn net voordat we aankomen haar kleren onder. Zielig. Voor ons allemaal.
Nîmes is een prachtige, zonovergoten stad in het zuiden van Frankrijk (regio Occitanie) die ook wel het “Rome van Frankrijk” wordt genoemd. De stad staat wereldwijd bekend om haar uitzonderlijk goed bewaarde Romeinse architectuur en haar levendige, Zuid-Franse sfeer. En dat is te zien. Het is er heerlijk rondlopen en we lopen de gele stad door. Met onder andere een bezoek aan de Jardins de la Fontaine – is een van de oudste stadsparken van Europa, gebouwd rondom een antieke Romeinse bron, compleet met monumentale trappen, vijvers en de mysterieuze Temple de Diane. Verder moet je natuurlijk de wereldberoemde Arena. Dit is een een van de best bewaarde amfitheaters ter wereld, waar nog steeds evenementen worden gehouden. Ik koop een ticket en struin het theater lekker alleen af. Zeker de moeite waar!
In de avond eten we nog een heerlijk eten bij restaurant ‘Café Paris’ waar m’n oog op is gevallen een paar dagen geleden. Er staan van die rotan stoelen en tafels buiten en het ligt direct aan het water. We bestellen een gemixte schotel met van allerhande lekkers: inktvis, scheermessen, tellines en nog veel meer. Mer een lekker groot glas bier erbij is het er heerlijk toeven. Voldaan gaan we naar onze camping terug.
Back to reality
De meeste spullen hebben we de avond van tevoren al gepakt en ik heb de auto provisorisch schoongemaakt. Dat is lastig zonder hoge drukspuit en stofzuiger, maar is toch gelukt. We slapen lekker, droppen de laatste dingen in onze fiat en leveren die af bij het vliegveld van Nimes. Natuurlijk hebben we weer teveel dingen gekocht, want onze koffer weegt maar liefst 27 kilo. En dat is 7 kilo te veel. De flessen zijn gaan er uit en die schenken we aan een aardige medewerker daar. Hij helpt ons vervolgens, ziet 3 kilo teveel bagage door de vingers en we lopen met een hongerige buik door de douane heen. Nu kom je normaal gezien in een grote vertrekhal uit met tentjes waar je wat kunt eten en koffie kunt halen. Maar: hier in Nimes is at allemaal net het geval. Her is zo’n klein vliegveld dat we in een ruimte zitten met alleen maar stoelen, een raam dat uitkijkt op de landingsbanen en twee automaten – eentje met koffie en eentje met snoep. Maar ach, eigenlijk is zo’n balansdag wel prima.
De vlucht gaat helemaal goed, de kindjes doen het goed en in de middag komen we weer lekker thuis aan waar de katten ons opwachten. Wat is het toch fijn om thuis te komen, en dit keer met mooie herinneringen en gewoon een relaxte vakantie ‘in the pocket’. Yes.